Dezelfde films vertonen in bioscopen en filmtheaters: is er sprake van een trend?

Dezelfde films vertonen in bioscopen en filmtheaters: is er sprake van een trend?

Foto: Alex Holyoake / Unsplash


Het gaat erg goed met de Nederlandse filmhuizen. Sterker nog: in de afgelopen tien jaar is het bezoek aan filmhuizen relatief harder gestegen dan het bezoek aan bioscopen. Daarbij valt wel op dat steeds meer films tegenwoordig zowel in het filmhuis als in de bioscoop te zien zijn. Wat is er precies aan de hand? Dick Smits deed er onderzoek naar. Koen de Groot van Filmonderzoek Nederland ging voor Holland Film Nieuws met hem in gesprek.

Toen begin jaren 70 de eerste filmhuizen werden opgericht hadden ze volgens Smits een duidelijk doel voor ogen: het publiek kennis laten maken met kleinere, artistieke films die nog niet vertoond werden in de bioscoop in de buurt. Op die manier vulden filmhuizen en bioscopen elkaar goed aan. In de loop der jaren zijn filmhuizen zich steeds meer gaan professionaliseren. Naast het aanbod is met name de sfeer een steeds grotere rol gaan spelen. Bij grote filmhuizen zie je dat bijvoorbeeld terug in de uitstraling van het gebouw en luxe horecavoorzieningen en bij kleine filmhuizen in de directe betrokkenheid van het personeel en de vrijwilligers.

Maar hoe kijken filmhuizen tegenwoordig naar hun programmering? Volgens Smits lijkt er een tendens zichtbaar waarbij steeds vaker dezelfde films zowel in filmhuizen als in bioscopen te zien zijn. ‘Filmhuizen zijn hier natuurlijk op lokaal niveau al goed van op de hoogte. Ik vond echter dat er nog een landelijk overzicht miste. Daarom ben ik dit onderzoek gestart.’

Het onderzoek
‘Het was een echt bereklus,’ moet Smits erkennen. ‘Eerst heb ik nagedacht over de periode die ik wilde onderzoeken. Dat moest sowieso ruim na de digitalisering zijn, anders zou dat invloed hebben op de resultaten. Daarnaast moest ik, om uitzonderlijke pieken en dalen in het bezoek van overlappende films af te zwakken, naar de programmering over meerdere jaren kijken. Dit gaf ook de mogelijkheid om trends inzichtelijk te maken. Uiteindelijk heb ik gekozen voor de periode tussen 2015 en 2017. Vervolgens was de selectie van steden erg belangrijk. Ik heb voor alle steden gekozen met tenminste één filmhuis en één bioscoop. De drie grote steden – Amsterdam, Rotterdam en Utrecht – heb ik uitgesloten. Daar heb je simpelweg te veel bioscopen en filmtheaters om een goede vergelijking te maken.’

Een belangrijke focus in het onderzoek van Smits waren de verschillen tussen grote en kleine steden, grote en kleine filmhuizen en verschillende typen films. Voor dat laatste maakte hij een onderscheid tussen bioscoopfilms, arthouse films (grotere, bekendere artistieke films), filmhuisfilms (kleinere, minder bekende artistieke films), Nederlandse films en kinderfilms. Ook wijdde hij een deel van zijn onderzoek aan het zogenaamde ‘première-effect’, dat ontstaat wanneer een film na de première in een bioscoop pas later in een filmhuis te zien is (of vice-versa).

De cijfers liegen niet
De resultaten van het onderzoek komen grotendeels overeen met de verwachtingen van Smits: tussen 2015 en 2017 was er sprake van een stijging van het aantal filmtitels dat zowel in het filmhuis als in de bioscoop te zien was. Toch viel hem ook het een en ander op. Zo stelt Smits dat de stijging in overlappende titels vooral is toe te schrijven aan de grote filmhuizen; in vergelijking tot de kleine filmhuizen vertoonden zij tussen 2015 en 2017 veel meer titels die ook in de bioscoop waren te zien. Daarnaast speelt het aantal inwoners van een stad een rol. Smits: ‘Globaal kun je zeggen dat hoe groter de stad, hoe groter de overlap in films tussen filmhuizen en bioscopen.’

Naast het aantal overlappende filmtitels, heeft Smits ook gekeken naar het aantal voorstellingen van de films. Dit is tussen 2015 en 2017 bijna verdubbeld. Een opvallende trend, aldus Smits: ‘Overlappende films krijgen dus een veel prominentere plek in het filmhuis dan de kleinere, exclusieve films. Die komen daardoor steeds meer in de verdrukking.’

Tot slot onderzocht Smits ook het bezoek aan overlappende filmtitels, wederom met verrassende resultaten. Zo ging bijna de helft van alle filmhuisbezoekers naar een film die ze ook in een bioscoop hadden kunnen zien. ‘Die cijfers liegen niet. Als ik mensen uit de branche spreek hoor ik vaak dat men denkt dat ongeveer 10% van de films in bioscopen en filmtheaters overlappen. Dat klopt misschien wel als je alleen kijkt naar het totale aantal films, maar dan vergeet je dus het aantal voorstellingen en het bezoek. Dat aandeel ligt veel hoger.’

Première-effect
Smits onderzocht ook welk type film het meest overlapt. ‘Het zal je niet verbazen dat het hier in twee derde van de gevallen gaat om arthousefilms. Wat ik echter wel opvallend vind is de overlap in kinderfilms. Die krijgen bij filmhuizen vaak wel een plek, maar trekken nauwelijks bezoek. Blijkbaar gaan mensen hiervoor toch liever naar een bioscoop.’ Dat geldt voor zowel Nederlandse als niet Nederlandse kinderfilms. De plek waar de film in première gaat heeft volgens Smits alleen een positief effect bij bioscopen. ‘In het geval dat een overlappende film in première gaat bij een bioscoop, wordt de film ook beter bezocht in de bioscoop dan het filmhuis. Andersom, dus bij een première in een filmhuis, is zo’n première-effect er niet.’

Op landelijk niveau is er dus sprake van meer overlap. Volgens Smits is het moeilijk te zeggen of dit een positieve of negatieve ontwikkeling is. ‘In principe valt er niks te klagen, want er is al lange tijd sprake van groei in het aantal bezoeken. Echter, misschien is dat ook wel mogelijk met minder overlappende titels. In mijn onderzoek heb ik, naast heel Nederland, ook specifiek gekeken naar de provincie Overijssel. De overlap in het aantal titels is daar kleiner dan in de rest van het land. Datzelfde geldt voor het aantal voorstellingen en het bezoek aan deze overlappende titels. Toch gaat dit niet ten koste van de groei. Bioscopen en filmhuizen in Overijssel weten dus met minder overlap net zo goed bezoekers te trekken.’

Overheidsinvloed
Je kunt je afvragen wat nu precies de oorzaak is van de stijging in het aantal overlappende titels. Durven filmhuizen minder risico’s te nemen of speelt het beleid van (lokale) overheden een belangrijke rol? Volgens Smits zit de situatie lastig in elkaar. ‘Het heeft inderdaad deels met overheidsbeleid te maken. Filmhuizen moeten sinds 2012 veel meer zelf hun broek ophouden omdat de overheid sinds die tijd flink heeft bezuinigd op kunst en cultuur. Ook is de prijs van het kopen en huren van gebouwen gestegen. Dat moet natuurlijk ook worden terugverdiend.’

Maar volgens Smits is er ook meer druk gekomen vanuit de distributeurs. Die willen het liefst dat hun films zo vaak mogelijk en op gunstige tijden worden vertoond. ‘Distributeurs hebben steeds meer aanbod en dat willen ze allemaal kwijt. Je ziet ook dat de looptijd van films korter is geworden. Eigenlijk wordt het publiek een beetje gek gemaakt. Je hebt veel te kiezen maar je moet wel snel plannen, want anders is die film misschien alweer uit roulatie.’ Vroeger draaiden films volgens Smits veel langer in de bioscoop. ‘Denk daarbij aan The English Patient, Titanic of, nog verder terug, Il Postino. Dat kun je je nu niet meer voorstellen. Er blijven altijd films die een aanloop nodig hebben om populariteit op te bouwen. Die ruimte is er nu minder, constateer ik.’

De toekomst
Smits denkt dat de overlap van films verder zal toenemen als grote filmhuizen het aantal zalen verder gaan uitbreiden. Bij kleine filmhuizen zal de overlap ook in de toekomst beperkt blijven. ‘Ik denk dat lokale overheden vooral bij grote filmhuizen primair zullen letten op het aantal bezoeken. Hoe meer mensen er komen, des te groter de tevredenheid. Waarvóór die mensen komen maakt ze eigenlijk niet zo veel uit. De culturele functie van een filmhuis lijkt hiermee meer op de achtergrond te raken. Als deze ontwikkeling zich sterk doorzet, vrees ik voor de filmhuizen die nog voornamelijk niet-overlappende filmhuistitels vertonen.’

Het onderzoek van Dick Smits is te lezen of te bestellen via de website van het filmkenniscentrum.

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen in Holland Film Nieuws #150.